Duim je mee? #duimjemee

Vind je ook dat onze land-en tuinbouwers loon naar werken verdienen?
Duim dan voor hen, voor hun producten én voor een eerlijke prijs voor deze producten.
Neem een foto van jezelf met een land- of tuinbouwproduct dat jouw duim verdient, gebruik #duimjemee en plaats je foto op je Facebook-, Twitter- of Instagram-account.

.

Van landbouw naar voeding

Tussen boer en consument zitten heel wat tussenschakels. Zo vertrekt een product als land- of tuinbouwproduct op de boerderij en koopt de consument het als ‘voeding’ in de winkel. Tussenschakels zijn o.a. veilingen (groenten en fruit), zuivelfabrieken (melk), slachthuizen (van dier tot vlees), graanhandelaars, … Daarnaast zijn er tal van voedingsbedrijven die land- en tuinbouwproducten verwerken tot het brede gamma voedingsmiddelen dat je in de winkelrekken vindt. Alle schakels in de agro-voedingsketen, van boer tot winkelvloer, hebben kosten door transport, verpakking, audits, speculatie van grondstoffen en producten, marketing, …. Die bepalen mee de prijsvorming.


Prijs aan boer

Daardoor wijkt de winkelprijs sterk af van de prijs die de boer krijgt voor zijn producten. Gemiddeld gaat voor versproducten minder dan 20% van de winkelprijs naar de boer. Nochtans is hij het, die vaak samen met zijn gezin, enorm veel zorg besteedt aan jouw voedingsproduct. Vergelijk hier je aankoopprijs met de prijs die de boer of tuinder deze week krijgt voor zijn product.

Vind je ook dat onze land-en tuinbouwers loon naar werken verdienen?

Vergeet dan in de winkel niet dat je deze actie een warm hart toedraagt. Kies voor kwaliteit, bij voorkeur van eigen bodem, en laat je niet leiden door de prijs. Kwaliteitsvolle land- en tuinbouwproducten, geproduceerd met respect voor mens, dier en milieu, verdienen een correcte prijs.

Tomatenteler
Varkenshouder
Melkveehouder
Appelteler

Wil je weten voor wie je duimt?

In het spoor van zelfrijdende wagentjes

Johan Van Bulck en zijn vrouw Nancy telen sinds 1993 tomaten in hun bedrijf in het Antwerpse Putte. Ik ontmoet Johan in de inkomhal van hun bedrijf. Er heerst een gezellige drukte. Er wordt volop geoogst en gesorteerd. “Wij telen vleestomaten op substraat”, vertelt Johan. Dit glastuinbouwbedrijf is 4,6 ha groot en combineert technologie met de zorg voor kwaliteit en milieu. De tomatenplantjes worden aangekocht als ze 6 weken oud zijn. Begin januari worden ze geplant in de serre. Ze zijn dan ongeveer een halve meter groot. Begin april kunnen ze dan voor het eerst beginnen te oogsten tot eind juli. Begin juni wordt er naast de eerste tomatenplant een nieuwe geplant. Van begin augustus tot met Kerstmis kan daarvan geoogst worden. En daarmee is de cirkel rond.

Een reservoir van 22 miljoen liter water

“Een tomatenplant kan 13 meter hoog worden. Elk week worden de scheuten uit de tomatenplant verwijderd en verder geleid via een touwensysteem. Met die touwen kunnen we de planten laten zakken zodat het mogelijk blijft om te oogsten op ideale hoogte.” De tomaten worden op substraat geteeld. Dat is een soort van steenwol die het water goed vasthoudt. De tomatenplanten krijgen water en aangepaste voeding. Een tomatenplant verbruikt 3,5 tot 4 liter water per dag. “Het regenwater dat op het serredak valt, vangen we op in een reservoir en geven we aan de planten. Johan en Nancy hebben 12 personeelsleden vast in dienst. In de zomer komen daar nog 10 seizoenarbeiders bij. Zij worden dan ingezet bij het oogsten en sorteren. De tomaten gaan vooral richting buitenland, namelijk Duitsland.

Op het bedrijf van Johan en Nancy pendelen zelfrijdende wagentje tussen de serre en de sorteerhal. Via antennes vinden ze hun weg en leveren ze de geoogste tomaten af en komen ze met de lege kisten terug. Van elke tomaat worden 9 foto’s genomen en op die manier gesorteerd op kleur, grootte en gewicht.

Tweeduizend hommels actief in de serres

Johan en Nancy kweken maximaal biologisch. Dat wil zeggen dat ze in de serre lokplanten hangen om na te gaan welke schadelijke insecten op de planten aanwezig zijn. Worden er schadelijke insecten opgemerkt, dan bestrijden ze die met natuurlijke vijanden. “Op deze manier kunnen we gewasbeschermingsmiddelen tot een strikt minimum beperken en dat komt de consument, maar ook onze hommels, ten goede. De bevruchting van de bloempjes gebeurt met hommels. In de zomer zijn er tweeduizend hommels actief in onze serres. Onze hommels kunnen tot 1 miljoen bloemetjes bestuiven per week”.